salie

salie

Deze zomer delen we een aantal hoofdstukken uit ons boek met je. Gewoon omdat we super trots op zijn op onze tuintips, trek krijgen van onze recepten en je kennis willen laten maken met de prachtige foto’s van Marleen van Es. Geldt dat ook voor jou? Ons boek “kweken, oogsten, koken en eten” is online te koop maar ook in je lokale boekhandel. Vandaag het hoofdstuk “salie”.

Salie is er in vele soorten en maten. De soorten die voor de siertuin beschikbaar zijn, zijn ontelbaar en allemaal schitterend. Ze bloeien in alle kleuren tussen knalrood en felblauw. Toch heb je er weinig aan in de keuken. Daar gebruik je de echte salie, “Salvia officinalis”. Deze plant is niet verpletterend aanwezig in de tuin. Eerder lieflijk en standvastig, met een heel eigen schoonheid. Al was het alleen al vanwege de subtiele grijsgroene kleur. En de zachtheid. Het blad van keukensalie is donsachtige behaard. Aaibaar. Dat wil je gewoon voelen.

Salvia officinalis is een half wintergroen struikje waarvan niet alleen de blaadjes behaard zijn, maar ook de stengels. Het kruid wordt ongeveer halve meter hoog en bloeit met delicate lipbloemen in lila. Ook deze bloemetjes zijn eetbaar. Je kunt ze door een salade versnipperen, maar laat vooral een flink aantal aan de plant zitten want vlinders en bijen zijn er gek op.

Salie is niet alleen een fantastische plant in de tuin, maar ook in de keuken en in je medicijnkastje. Dit kruid kan je hele familie door een griepgolf heen loodsen.

Doordat de stengels, net als bij lavendel, aan de onderkant verhouten, heeft salie een fikse jaarlijkse snoeibeurt nodig om hem jeugdig te houden. Dan nog zie je na een paar jaar dat er geen redden meer aan is, omdat je salie nog slechts bestaat uit een houten staketsel met hier en daar wat blad. Dan kun natuurlijk naar het tuincentrum rennen om een nieuw plantje te kopen, maar er zijn goedkopere manieren om aan nieuwe salie te komen.

Zaaien

Je kunt bijvoorbeeld vanaf maart salie zaaien. Verdeel de zaadjes over kleine potjes met aarde. Zaai niet te veel en bedek de zaden niet met aarde. Salie is een lichtkiemer. Deze zaden hebben licht en warmte nodig om te ontkiemen. Zet de potjes daarna in een kasje op je vensterbank. Zodra er twee echte blaadjes aan de salie tevoorschijn komen, kun je de plantjes verspenen door ze voorzichtig uit te graven en per stuk in een groter potje over te zetten. Vanaf half mei zet je de plantjes uit in de tuin.

Stekken

Maar het kan nog eenvoudiger. Salie laat zich in de zomer heel goed stekken. Knip een top uit de plant. Haal voorzichtig de onderste blaadjes ervan af. Op deze wondjes groeien straks de worteltjes dus zorg dat je een stek hebt met een paar blaadjes. Doop de steel in stekpoeder en druk deze in een potje met aarde. Zet hier een cloche (of een plastic zakje) overheen zodat er niet te veel vocht verdampt. Als de stek begint te groeien heeft hij genoeg wortels ontwikkeld. Dan is het tijd om het plantje in de moestuin te zetten.

Afleggen

We bewaren de gemakkelijkste manier voor het laatst. Je kunt salie ook vermeerderen door deze af te leggen. Buig een lange stengel naar de grond. Zet deze vast met een tentharing of iets dergelijks en geef af en toe wat water. Salie houdt niet van natte voeten, maar van langdurige droogte wordt het kruid ook niet heel blij. Zorg dus dat je er ergens tussenin zit. Op de plek waar de stengel in de grond vast zit, begint een nieuw plantje te groeien. Zodra er worteltjes aan de stek tevoorschijn komen, knip je hem van de moederplant af en voilà. Je nieuwe salie. Eenvoudiger kan het bijna niet.

Wil je salie wel eens op een andere manier eten? Maak dan een borrelplank met groente uit de moestuin.

borrelplank met groente uit de moestuin
borrelplank met groente uit de moestuin
pinterest

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

WordPress PopUp Plugin